Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Zoeken

Gratis terbeschikkingstelling van een onroerend goed:voordelen alle aard: wat zegt rechtspraak hierover ?

Gratis terbeschikkingstelling van een onroerend goed:voordelen alle aard:  wat zegt rechtspraak hierover ?
Wanneer een bedrijfsleider of een werknemer de gratis beschikking heeft over een onroerend goed van de vennootschap, dan dient deze belast te worden op een voordeel in natura (of dient er een voordeel in natura aangerekend te worden door de vennootschap). In toepassing van artikel 18 KB/WIB 92 wordt de waarde van het voordeel in natura voor het gratis gebruik van een onroerend goed van de vennootschap op een forfaitaire wijze berekend. De berekeningswijze is afhankelijk van het kadastraal inkomen van het onroerend goed.

Onlangs deed het Hof van Beroep te Gent een verfrissende uitspraak over de berekening van de waarde van het voordeel van alle aard voor het gratis gebruik van een onroerend goed dat door een vennootschap ter beschikking gesteld werd van haar bedrijfsleider.

Onder kadastraal inkomen verstaat men het gemiddeld normaal netto-inkomen van 1 jaar. Dit kadastraal inkomen wordt toegepast per perceel. Voor gebouwde percelen is dit de normale nettohuurwaarde van één jaar op basis van de huurprijzen zoals deze bestonden op j januari 1975.

Onder normale nettohuurwaarde verstaan we het normaal bruto-inkomen (huurprijs + huurvoordelen), verminderd met 40% voor de onderhouds –en herstellingskosten. Alhoewel men zich daar op veel controlekantoren van het kadaster blijkbaar niet meer aan houdt, dient een kadastraal inkomen nog steeds vastgesteld te worden door vergelijking met referentiepercelen.

Momenteel worden de kadastrale inkomens op veel kantoren vastgesteld op basis van coëfficiënten die rekening houden met bebouwde oppervlakte, ligging, kwaliteit van de gebruikte materialen, aantal kubieke meter woonruimte,…. . Zoals gezegd is deze methode nog steeds niet wettelijk en kunt U eisen dat de betrokken ambtenaar U de door hem gebruikte referentiepercelen voorlegt. Zijn er echt geen referentiepercelen voorhanden, dan wordt het kadastraal inkomen vastgesteld door een tarief van 5,3 % toe te passen op de normale verkoopwaarde van het perceel op het referentietijdstip, momenteel dus op 1 januari 975.

Meent U dat het kadastraal inkomen dat aan uw gebouw toegekend werd bij vergelijking met de referentiepercelen te hoog uitvalt, dan hebt U het recht om binnen de twee maanden na de betekening van het kadastraal inkomen bezwaar aan te tekenen. Dit dient te gebeuren door een bij post aangetekende brief op te sturen naar de Eerstaanwezend Inspecteur van het Kadaster uit het rechtsgebied waarin het onroerend goed gelegen is. Om geldig te zijn moet het bezwaarschrift een voorstel van kadastraal inkomen bevatten dat U zelf correct vindt. Dit dient om bij verdere betwisting uit te maken wie er de kosten van de scheidsrechter(s) zal betalen wanneer een rechtbank bij een blijvende betwisting één of meerdere scheidsrechters moet aanstellen. De partij die het verst van het uiteindelijk door de scheidsrechter(s) vastgesteld kadastraal inkomen verwijderd is, dient de kosten te betalen.

Kadastraal inkomen 745,00 Euro

Is het kadastraal inkomen groter dan 745,00 Euro, dan wordt het voordeel in natura voor het gratis gebruik van een gebouwd onroerend goed vastgesteld als volgt :

a) niet-gemeubileerde onroerende goederen

Geherwaardeerd Kadastraal Inkomen x 100/60 x 2

b) gemeubileerde onroerende goederen

Geherwaardeerd Kadastraal Inkomen x 100/60 x 2 x 5/3

Aan het Hof van Beroep te werd recent volgende casus voorgelegd. Een vennootschap was eigenaar van een woning. Naar aanleiding van een fiscale controle stelde de controleur vast dat er voor de gecontroleerde periode geen huurinkomsten aangegeven werden door de vennootschap. De controleur ging er dan maar van uit dat de woning ter beschikking stond van de zaakvoerder, waardoor deze belast moest worden op een voordeel in natura.

De belastingplichtige gaat in bezwaar omdat hij gedurende de betrokken periode niet op het adres gewoond had, wat hij ook kon staven aan de hand van een aantal bewijsstukken. Toch blijft de fiscus bij zijn standpunt omdat de zaakvoerder de rekeningen van electriciteit, water en telefoon betaald had en hij aldus de beschikking over de woonst had. Het Hof van Beroep te Gent is het hier echter niet mee eens omdat de zaakvoerder niet daadwerkelijk een voordeel genoten heeft.

Het feit dat de zaakvoerder de eerder lage kosten van electriciteit, water en telefoon betaalde wijzen er op dat de zaakvoerder het pand inderdaad niet bewoonde en dat deze kosten eerder gemaakt werden tot instandhouding van de woning. Een bedrijfsleider van een vennootschap kan slechts belast worden op een voordeel in natura voor het genot van een private woning als de fiscus kan aantonen dat de betrokken bedrijfsleider ook effectief een vermogensrechtelijk voordeel genoten heeft. Dit bewijs was in casu niet geleverd.

Heel veel vennootschappen kopen een appartement(je) aan de kust aan. Af en toe gaat de bedrijfsleider met zijn gezin op weekend naar zee en maakt dan gebruik van het appartement. Voor drie vierden van het jaar staat het appartement leeg en wordt het niet verhuurd. Als we de redenering uit het vonnis van het Hof van Beroep te Gent van 3 mei 2009 mogen volgen, dan kan de bedrijfsleider hier niet belast worden op een voordeel in natura over het ganse jaar, maar zou je eerder het voordeel in natura moeten berekenen over de dagen in het jaar dat de bedrijfsleider gebruik gemaakt heeft van het appartement aan de zee. Dit zal een aanzienlijk verschil geven.