Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Zoeken

Sociale bijdrage wijziging vanaf 2015

Wijziging van de sociale bijdrage vanaf 2015

  

Vanaf 1 januari 2015 worden de sociale lasten berekend op de inkomsten van het jaar zelf, en niet langer op die van drie jaar eerder (geïndexeerd).

1. U bent actief als zelfstandige. 1

Optie 1: Meer betalen. 1

2. U zet uw zaak stop. 2

Goed om te weten. 3

Hoe kunt u uw sociale bijdragen bijsturen?. 4

 

 

1. U bent actief als zelfstandige
De sociale bijdragen zijn verschuldigd op het nettoberoepsinkomen van de zelfstandige, of op het loon dat hij of zij krijgt als bedrijfsleider voor wie met een vennootschapsvorm werkt.
Hoeveel inkomsten u als zelfstandige heeft, is in het lopende jaar nog niet bekend. Daarom wordt voortaan gewerkt met een voorlopige bijdrage of provisie. Het sociaal verzekeringsfonds zal u een bijdragevoorstel doen.

Omdat het sociaal verzekeringsfonds ergens een houvast moet hebben om dat voorgestelde bedrag te laten aansluiten bij uw beroepsinkomsten, zal het zich baseren op de (inmiddels definitief bekende) inkomsten van drie jaar tevoren.

Maar dat betekent niet dat de bijdragen op de inkomsten van drie jaar geleden zijn gebaseerd, want het gaat hier louter om een manier om de inkomsten van het lopende jaar min of meer onderbouwd in te schatten voor een voorlopige bijdrage.

Later volgt de afrekening en zal blijken hoe goed die voorlopige schatting aansloot bij uw daadwerkelijke inkomsten.
U hebt vervolgens verschillende opties:

Het voorgestelde bedrag

  • als voorlopige bijdrage betalen
  • meer betalen
  • of vragen minder te mogen betalen.

Als zelfs de verminderde bijdragen niet haalbaar zijn, kunt u ook nog altijd een vrijstelling van sociale bijdragen aanvragen.

Optie 1: Meer betalen
Waarom zou u meer betalen dan voorgesteld?
Zodra het definitieve beroepsinkomen van het betrokken jaar via de belastingadministratie bekend is - in principe twee jaar later - worden de sociale bijdragen definitief berekend en volgt de afrekening, wat de regularisatie wordt genoemd.
Verdiende u in het betrokken jaar meer dan drie jaar eerder en werden de voorlopige bijdragen daardoor te laag ingeschat, dan zult u dus moeten bijbetalen.
Op dat aan te vullen bedrag zijn geen verhogingen verschuldigd als u zich hebt gehouden aan het voorstel van voorlopige bijdrage.
Maar het kan wel een stevige factuur zijn die plots in de bus valt. Wilt u vermijden dat u een forse regularisatie in één klap moet betalen, dan kunt u vrijwillig alvast meer betalen dan voorgesteld, op eenvoudige aanvraag of zelfs door het spontaan te storten.

Ook een startende ondernemer kan meteen meer betalen dan wordt voorgesteld.
Voordeel: Bovendien mag u de hogere bijdrage onmiddellijk aftrekken in uw belastingaangifte. Het is ook mogelijk bijstortingen te doen voor het voorgaande jaar.
Let wel: de sociale lasten worden berekend op basis van een netto belastbaar bedrag. Bij de inschatting van uw beroepsinkomsten moet u dus ook al rekening houden met uw beroepskosten, wat uw huiswerk wel wat complexer kan maken.

En wat als u al twee kwartalen vol vertrouwen en optimisme meer hebt betaald maar dan een tegenslag te verwerken krijgt?

Zolang het jaar niet om is, kunt u nog van mening veranderen en geld uit uw reservepotje terugvragen. Zodra het volgende jaar ingaat, kan dat echter niet meer.
Als twee jaar later blijkt dat u de zaken toch te rooskleurig zag en uw uiteindelijke inkomsten lager uitvielen dan u had ingeschat - waardoor u te hoge voorlopige bijdragen hebt gestort - dan krijgt u het teveel teruggestort. Er wordt tot nader order geen bonificatie (intrest) meer toegekend op het terugbetaalde bedrag. Dat kan wel worden ingevoerd bij de evaluatie van de nieuwe wet, die er zal komen binnen vier jaar vanaf de inwerkingtreding, dus uiterlijk in 2019.
Optie 2: Minder betalen
Dat u een eventueel teveel krijgt teruggestort, geldt uiteraard ook als u gewoon hebt ingestemd met het voorstel en die kwartaalbedragen hebt betaald.
Twee jaar na de feiten geld terugkrijgen is echter een schrale troost als u nu elke cent in tweeën bijt. Als u al weet dat de inkomsten van het huidige jaar lager zullen uitvallen dan die van drie jaar eerder, kunt u ook vragen alvast lagere voorlopige bijdragen te mogen storten.
Uw sociaal verzekeringsfonds kan u daarvoor de nodige documenten bezorgen. U zult de aanvraag moeten staven met 'objectieve elementen' die aantonen dat uw inschatting van lagere inkomsten geen nattevingerwerk is.
Daarvan bestaat een lange lijst. Het gaat onder meer over ziekte, handicap of ongeval, een bevalling voor een vrouwelijke onderneemster, een dalende inkomstentrend tijdens de jongste drie jaar, de sluiting van een vestiging of de toekenning van betalingsfaciliteiten door de ontvanger van de belastingen...
Als u meer wilt betalen, mag u het bedrag vrij kiezen. Maar bij een verlaging geldt dat niet.
Een verlaging werkt met drempels.
• Als u uw vermoedelijke inkomen lager dan 12.870 euro inschat, is het bedrag van de verminderde bijdrage per kwartaal 707,87 euro - dat is de minimumbijdrage. (Cijfers voor 2014, de definitieve bedragen worden pas bekend in 2015.)
• Zal uw inkomen vermoedelijk tussen 12.870 en 25.740 euro uitkomen, dan is het kwartaalbedrag 1.415,74 euro. (Cijfers 2014)
• Schat u toch nog boven 25.740 euro uit te komen, dan is er geen vermindering mogelijk.

 

Zwartkijkers die de zaken altijd slechter inschatten dan ze uiteindelijk zijn, moeten echter opletten: blijkt bij de afrekening twee jaar later dat er moet worden bijbetaald, dan is op dat bedrag een verhoging verschuldigd van 3 procent per kwartaal en 7 procent per jaar (zie voorbeeld hieronder). Die verhoging geldt dus alleen voor bijbetalingen nadat verlaagde voorlopige bijdragen werden betaald.


Voorbeeld

U betaalt in 2015 een verminderde bijdrage. Op 15 april 2017 blijkt dat u 200 euro moet bijbetalen. Daarop wordt een verhoging van 7 procent aangerekend (14 euro), plus zes keer 3 procent (6 euro x 6 kwartalen van 31/12/2015 tot en met 30/06/2017). U bent dus 50 euro extra verschuldigd.
Voor zelfstandigen in bijberoep of met een bijzonder statuut (voorbij de pensioenleeftijd, maxistatuut meewerkende echtgeno(o)t(e)...) gelden specifieke grensbedragen. Die kunt u terugvinden op de website van het RSVZ of navragen bij uw sociaal verzekeringsfonds. Voor bijberoepers blijft gelden dat ze geen sociale bijdragen moeten betalen als hun inkomsten erg laag blijven.
Optie 3: Vrijstelling vragen
Zijn zelfs de verminderde bijdragen niet haalbaar, dan blijft het mogelijk om een vrijstelling van sociale bijdragen te vragen bij de bevoegde commissie van de FOD Sociale Zekerheid. Een voorwaarde is dat het belastbaar beroepsinkomen van het lopende jaar niet hoger ligt dan 25.000 euro.
De zelfstandige moet zijn beroepsinkomen van het jaar van de aanvraag en dat van de twee voorgaande jaren zo nauwkeurig mogelijk inschatten. Om een nauwkeurige schatting te stimuleren, voorziet de wet in een verhoging van het plafond (25.000 euro) met 20 procent, op voorwaarde dat u de inkomsten op 20 procent na nauwkeurig hebt ingeschat.

2. U zet uw zaak stop
De hervorming heeft als gevolg dat u nog twee jaar regularisaties zult ontvangen na de stopzetting van uw activiteit. Dat kan zwaar vallen wanneer u onverwacht moest stoppen, bijvoorbeeld door een ziekte of ongeval.
Als u tegen die tijd geen inkomen uit een zelfstandige activiteit meer hebt, kunt u eventuele bijpassingen ook niet langer fiscaal in mindering brengen.
Tegelijk zijn geen sociale bijdragen verschuldigd op eventuele stopzettingsmeerwaarden uit het jaar van de stopzetting of het jaar tevoren, maar op voorwaarde dat u in het jaar van de stopzetting of het daaropvolgende jaar geen enkele zelfstandige activiteit meer uitvoert.
U moet uw sociaal verzekeringsfonds dan wel zelf de bewijzen verschaffen welk deel van uw inkomsten stopzettingsmeerwaarden betreft, opdat die uit de berekeningsbasis kunnen worden gehaald. Kunt u na een stopzetting van meer dan een kwartaal, bijvoorbeeld door ziekte, de draad opnieuw opnemen, dan bent u voor het betalen van sociale bijdragen opnieuw een 'starter'. Een startende zelfstandige krijgt als voorlopige bijdrage het minimumbedrag van 659,61 euro per kwartaal voorgesteld, maar kan vanzelfsprekend spontaan meer storten.
3. U gaat met pensioen
Hetzelfde geldt voor gepensioneerden: ook zij kunnen in principe nog regularisaties in de bus krijgen. Toch krijgen zij onder voorwaarden de mogelijkheid te verzaken aan regularisaties. Lees: ze kunnen zelf kiezen of ze die nog willen ontvangen.
Een belangrijke voorwaarde is dat in de jaren die bij de start van het pensioen nog niet geregulariseerd zijn, nooit een verminderde voorlopige bijdrage is betaald. Bovendien moet de persoon in kwestie elke zelfstandige activiteit stopzetten bij het ingaan van zijn of haar pensioen.

Die verzakingsregeling geldt alleen voor een overgangsperiode: het pensioen moet uiterlijk ingaan op 1 januari 2019. De regeling kan per Koninklijk Besluit verlengd of opgeschort worden.
Voor wie na zijn pensioen nog beperkte inkomsten heeft, worden de voorlopige bijdragen in de drie jaren die volgen op de pensionering gebaseerd op de geplafonneerde inkomsten. Voor wie op 1 januari met pensioen gaat, geldt die plafonnering meteen in het jaar van de pensionering. Maar voor de regularisatie worden wel de daadwerkelijke inkomsten als basis genomen.
4. U gaat failliet
Die regel geldt ook in het geval van een faillissement. Ook dan volgt er achteraf nog een regularisatie, die dan aan de curator wordt meegedeeld. Het betreft een bevoorrechte schuld.
Betaal de sociale lasten die bij uw inkomsten passen

Sociale bijdragen die nauwer aansluiten bij de recente inkomsten, en niet bij die van drie jaar geleden: er werd met aandrang naar gevraagd door een meerderheid van zelfstandigen. Met de hervorming die vorig jaar werd goedgekeurd, kregen ze wat ze vroegen. Vanaf 1 januari 2015 is het zover. Hoe werkt het bijdragesysteem voortaan?

 

VRAGEN :

'Vooraf te veel betalen kan nooit kwaad. Als ik later terugkrijg, zit daar een mooie intrest op'

Dat klopte, maar geldt tot nader order niet voor de nieuwe regeling. De zogeheten bonificatie wordt immers niet langer toegekend. Tegelijk is er ook geen verhoging of 'boete' verschuldigd als blijkt dat u bij de definitieve afrekening nog moet bijbetalen, op voorwaarde dat u in eerste instantie gewoon het bedrag hebt betaald dat uw sociaal verzekeringsfonds heeft voorgesteld.
Waarom zou u dan spontaan meer betalen dan dat voorgestelde bedrag? Om te vermijden dat u bij de definitieve afrekening plots voor een forse bijbetaling komt te staan. Bovendien zijn de sociale bijdragen meteen in hetzelfde jaar aftrekbaar in uw belastingaangifte. U mag - bijvoorbeeld met het oog op een fiscale optimalisatie - zelfs nog bijkomende betalingen doen voor het voorgaande jaar en die aftrekken.

Goed om te weten

-Bij een inkomen van 77.500 euro betaalt u de maximale sociale bijdragen, daarboven stijgen ze niet langer.
-Als een actieve zelfstandige overlijdt, gaan de regularisaties achteraf naar de erfgenamen.
-Schakelt u om van bij- naar hoofdberoep of omgekeerd, dan worden in het nieuwe systeem uw inkomsten gewoon samengeteld. Zo'n 'reekswijziging' kan een argument zijn om een aanpassing van de voorlopige bijdragen te vragen.
-Is het refertejaar geen volledig kalenderjaar, dan worden de sociale bijdragen pro rata berekend. Het inkomen uit de maanden met activiteit wordt eerst geëxtrapoleerd naar een volledig jaar. Daarop worden vier kwartaalbijdragen berekend, waarvan u alleen nog de bijdragen verschuldigd bent van de kwartalen waarin u actief bent.
-De berekening van VAPZ-bijdragen blijft gebaseerd op het inkomen van drie jaar eerder
beperk uw belastingen

Hoe kunt u uw sociale bijdragen bijsturen?

Nancy werkt al jaren als kapster. In 2011 en 2012 verdiende ze met haar kapsalon 25.000 euro netto. Sinds 2013 draaien de zaken iets minder goed: vorig jaar bedroeg haar netto-inkomen 22.000 euro, voor 2014 gaat Nancy uit van 20.000 euro en voor 2015 zelfs van slechts 10.000 euro.
In 2014 zal Nancy nog sociale bijdragen (5,5% per kwartaal) betalen op de (geïndexeerde) inkomsten van drie jaar tevoren (2011): 25.000 x 1,0574 (indexering) x 5,5=1.454 euro per kwartaal.
In 2015 wordt een gelijkaardig bedrag voorgesteld, geschat op basis van het inkomen van drie jaar tevoren. Dat is echter slechts een voorstel.
Aangezien Nancy denkt dat haar inkomsten fors lager zullen uitkomen, vraagt ze of ze de verminderde bijdrage van 707,87 euro mag betalen (te verhogen met de beheerskosten voor het sociaal verzekeringsfonds). Drie jaar later blijkt dat haar inkomsten inderdaad rond 10.000 euro uitkwamen in 2015, en hoeft Nancy niets meer bij te betalen.
In voorbeeld 2 vermoedt Nancy dat haar inkomsten mooi hoger zullen gaan dan drie jaar eerder, en stort ze spontaan al 1.800 euro per kwartaal.
Drie jaar later blijkt dat haar inkomsten inderdaad op 35.000 euro uitkwamen en dat ze daarop eigenlijk bijdragen verschuldigd was van 1.925 euro per kwartaal. Per kwartaal moet ze dus 125 euro bijpassen, of 500 euro voor de vier kwartalen. Indien Nancy louter de voorgestelde 1.454 euro had betaald, stond ze voor een bijpassing van 1.884 euro.