Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Zoeken

Vruchtgebruik en recht van opstal :welke afschrijvngstermijn ?

Vruchtgebruik en recht van opstal  :welke afschrijvngstermijn ?

 

Vruchtgebruik en recht van opstal zijn tegenwoordig veel gebruikte technieken bij onroerend goed constructies.



Een speciaal aandachtspunt vormt de afschrijvingstermijn bij dergelijke constructies.

De fiscus gaat hier nogal dikwijls uit van een normale gebruiksduur van 20 jaar (industriële gebouwen) of 33 jaar (administratieve gebouwen ed.).

Ook als de termijn van het recht van opstal of het vruchtgebruik korter is dan hogervermelde “normale gebruiksduur” zou volgens een aantal controleurs toch de langere termijn van de normale gebruiksduur moeten gehanteerd worden.

Deze stelling is echter al vaak afgewezen in diverse rechtspraak. Onder meer een vonnis Namen 26.06.2002 en een arrest Brussel 05.12.2003 aanvaardde de kortere termijn voorzien in de opstalconstructie.

Ook volgens het Hof van Beroep te Antwerpen 06.12.2005 mag het vruchtgebruik of het opstalrecht worden afgeschreven over de duurtijd van het recht, ook al is deze termijn korter dan de normale gebruiksduur.

Het Hof van Beroep volgt in dit arrest het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen. Hierin werd ook steeds gesteld dat de duurtijd van het opstalrecht of vruchtgebruik
bepalend is voor de afschrijvingstermijn.