Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Zoeken

Zelfstandige in hoofd- of bijberoep

ZELFSTANDIGEN IN HOOFD- OF BIJBEROEP

Vooraleer dieper in te gaan op de specifieke eigenschappen van het zelfstandigenstatuut, dient men te weten wat er precies verstaan wordt onder de term “zelfstandige”. Men dient ook het onderscheid te kennen tussen een zelfstandige activiteit in hoofdberoep of een zelfstandige activiteit in bijberoep.

Een zelfstandige is iemand die bij de uitvoering van een activiteit niet door een arbeidsovereenkomst of statuut is gebonden, die typische inkomsten haalt uit de activiteit en die het financiële en economische risico draagt van de activiteit.

Voorts is het aspect “gezag” van wezenlijk belang in het onderscheid tussen een zelfstandige en een werknemer (bij een werknemer is er o.a. onmiddellijk toezicht op de arbeid en organisatie van de arbeid, bijv. verlofregeling, gebruik van lokalen van de werkgever, enz.)

Indien men een zelfstandige activiteit als hoofdberoep uitoefent, dan is dit de voornaamste of de enige activiteit die men uitoefent. Anderzijds wordt men beschouwd als een zelfstandige in bijberoep indien men naast de zelfstandige activiteit ook actief is als werknemer of ambtenaar (min. halftijds) of als leerkracht (min. 6/10 van een volledig uurrooster). Werken met een vervangingscontract mag geen probleem vormen.

Startvoorwaarden

Indien men wil starten als zelfstandige, dan moet men min. 18 jaar oud zijn en de toestemming hebben van de echtgeno(o)t(e). Voor onbekwaamverklaarden en gefailleerden is de uitoefening van een zelfstandige activiteit onmogelijk of onderworpen aan bepaalde voorwaarden.

Tevens moet men beschikken over een basiskennis bedrijfsbeheer. Hiervan moet men een bewijs kunnen voorleggen (bijv. diploma, getuigschrift of praktijkervaring). Het bewijs kan ook komen van de eechtgeno(o)t(e), op voorwaarde dat die geen uitkering ontvangt en ook daadwerkelijk instaat voor het bedrijfsbeheer. Opgelet: voor buitenlandse diploma’s dient men tijdig een equivalentie aan te vragen (dit neemt al vlug een paar maanden in beslag).

Starters die geen EU-onderdanen of onderdanen van Bulgarije of Roemenië zijn, of geen “vreemdelingen” ingeschreven voor onbepaalde duur, moeten beschikken over een beroepskaart.

Vooraleer men aan de slag kan gaan, moeten een aantal formaliteiten vervuld worden, met name het openen van een aparte zichtrekening, inschrijving en aanvraag van een ondernemingsnummer via een ondernemingsloket (hiervoor moet men de nodige documenten kunnen voorleggen), aansluiting bij een ziekenfonds en een sociaal verzekeringsfonds, (eventuele) activering van BTW-nummer, enz.

Er werd ook op gewezen dat mensen die een vervangingsinkomen ontvangen, zich dienen te informeren bij de betrokken instanties (ziekenfonds, RVA, enz) over het cumuleren van dit inkomen en een zelfstandige activiteit. In geval van werkloosheid is dit in sommige gevallen mogelijk, maar men moet beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt.

Sociale zekerheid

Wat de sociale zekerheid betreft, is het belangrijk om te weten dat een zelfstandige tijdens de loopbaan heel wat minder rechten kan opbouwen dan een werknemer.

Door zich aan te sluiten bij een ziekenfonds en -binnen de 90 dagen- bij een sociaal verzekeringsfonds (verplicht voor élke zelfstandige) heeft de zelfstandige recht op gezinsbijslag (sinds 1 januari krijgt een zelfstandige moeder na de bevalling ook 70 dienstencheques), ziekteverzekering (gezondheidszorg: grote risico’s en sinds 1 juli ook kleine risico’s voor nieuwe starters, arbeidsongeschiktheid), pensioen en faillissementsverzekering. De bedragen zijn echter beperkt en liggen lager dan bij werknemers. Daarom bestaat er nog een hele reeks aanvullende verzekeringen (aanvullend pensioen, groepsverzekering, hospitalisatieverzekering, gewaarborgd inkomen, enz). De zelfstandige wordt geacht zichzelf hierover goed te informeren.

De bijdragen die men aan het sociaal verzekeringsfonds moet storten, variëren. Voor een zelfstandige in hoofdberoep bedraagt de minimale voorlopige bijdrage 494,71 euro per kwartaal. Deze bijdrage stijgt samen met het netto-inkomen en bedraagt ongeveer 20 % van het netto-inkomen.

Men kan wel een vrijstelling bekomen indien men minder verdient dan 1216,97 euro per jaar.

Zelfstandigen die minder dan 5.762 euro per jaar verdienen én gehuwd, student én jonger dan 25 jaar, of gepensioneerd zijn, kunnen gelijkgesteld worden met een zelfstandige in bijberoep en bijgevolg een vermindering verkrijgen (deze regeling geldt niet voor samenwonenden!). Dit gaat echter ook gepaard met verminderde sociale rechten (dus minder pensioen en dergelijke).

In bijzondere gevallen en wanneer iemands inkomsten -tijdelijk- te laag liggen, kan men als tijdelijke oplossing de commissie voor vrijstelling van bijdragen aanspreken. Deze commissie kan beslissen tot een vrijstelling, terwijl het recht op ziekteverzekering en gezinsbijslag behouden blijft (geen pensioenrecht!), of eventueel een afbetalingsplan opstellen met het sociaal verzekeringsfonds. De bijdragen moeten echter wel eerst betaald worden.

Onderscheid tussen hoofd-en bijberoep

Het enige onderscheid tussen zelfstandige in hoofd- of bijberoep heeft betrekking op het bedrag van de sociale bijdragen die men moet betalen. Alle andere verplichtingen (startvoorwaarden, belastingen, BTW,…) blijven dezelfde!

Indien men kan aantonen dat de sociale zekerheidsbijdragen elders (via een werknemers- of ambtenarenstatuut) betaald worden, dan kan men in bijberoep werken. Voor een zelfstandige in bijberoep bedraagt de minimale voorlopige bijdrage 62,29 euro per kwartaal[1][2]. Dit bedrag is in feite een solidariteitsbijdrage; men bouwt er geen sociale rechten mee op.

Belastingen

Wat ons uiteindelijk brengt bij het onderwerp van de belastingen. Naast de twee federale belastingen, nl. de personenbelasting en de BTW (driemaandelijks) bestaan er ook nog lokale belastingen (op huisvuil, enz).

Indien de jaarlijkse omzet lager ligt dan 5500 euro kan men een vrijstelling van BTW krijgen. In dit geval heeft men een concurrentieel voordeel ten opzichte van diegenen die wel BTW-plichtig zijn, maar men kan dan evenwel geen BTW terugvragen op de gemaakte kosten.

Indien men een zelfstandige activiteit wenst stop te zetten en nog aanspraak wenst te maken op een werkloosheidsvergoeding, dan kan dit in ons land tot 9 jaar na aanvang van de activiteit. Dit geldt voor mensen die voor aanvang van de zelfstandige activiteit een werkloosheidsvergoeding ontvingen en in bepaalde gevallen ook voor ex-werknemers. Voor hen wordt gekeken naar de leeftijd en het aantal vereiste dagen van tewerkstelling in loondienst en de duur van de referteperiode waarin die arbeid gelegen moet zijn. Voor meer informatie verwijzen wij naar www.rva.be.